We hebben bijzondere weken achter de rug sinds bekend is geworden dat Fletcher Hotels en het COA een overeenkomst hebben gesloten. Daarin zijn de hotels Valmonte en De Gelderse Poort ter beschikking gesteld als noodopvang voor 332 asielzoekers.
Bijna gelijktijdig met dit bericht kregen alle gemeenten een brief van asielminister Van den Brink, waarin hij aangeeft acuut 4500 opvangplekken te kort te komen: “Ik doe daarom een klemmend beroep op alle gemeenten … zo snel als mogelijk plekken voor acuut inzetbare spoed noodopvang te realiseren.” De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) stuurde hier een steunbetuiging achteraan, met een oproep tot solidariteit aan gemeenten.
We doen in Berg en Dal al veel aan opvang. We waren bij de allereersten die Oekraïense vluchtelingen opvingen en dat doen we nog steeds. Er zijn geen achterstanden in de huisvesting van statushouders. Én we vangen in Groesbeek en het dorp Berg en Dal al jaren 110 minderjarige jongens tussen de 14 en 17 jaar op.
Volgens de Spreidingswet moeten we nòg eens 64 mensen opvangen. Het is de afgelopen jaren niet gelukt om daar een locatie voor te vinden, ondanks een oproep in De Rozet aan inwoners om mee te denken. En dan uit het niets deze twee hotels. Niet op de gemeentelijke radar, want nooit aangeboden én met een toeristische bestemming.
We staan voor een dilemma. Aan de ene kant schiet Berg en Dal te kort in het leveren van opvangplekken. De oproep van de minister negeren betekent medeverantwoordelijk zijn dat kwetsbare mensen geen bed voor de nacht hebben. Dat wil je niet. Aan de andere kant is er -wederom- geen gelegenheid om de tijd te nemen voor het zorgvuldige gesprek met de omgeving. Dat wil je ook niet. Zo zit je als lokale overheid tussen hamer en aambeeld; onderdeel zijn van de oplossing van acute landelijke problemen én belast zijn met de zorgen van verontruste omwonenden.
We zijn maar snel aan de slag gegaan. Het deed me denken aan de coronatijd, toen ik ook dikwijls ‘s-avonds op de televisie hoorde wat de volgende ochtend al geregeld moest zijn. Geen tijd, nauwelijks informatie en toch wat moeten. Communicatie. Nooit goed, altijd te laat en te weinig. Toch moet je er wat mee. De gemeente heeft daags nadat bekend werd dat De Gelderse Poort beschikbaar kwam een brief met àlle bekende informatie huis aan huis in de hele Ooij bezorgd. Geen bijeenkomst op dat moment, want als je nauwelijks informatie hebt kun je die ook niet delen.
Nog dezelfde week is de gemeenteraad bijeen gekomen en die heeft, mede op basis van tientallen schriftelijke en enkele inspreekreacties, besloten om de opvang in de Ooij onder voorwaarden toe te staan. Maar beperkt tot de Spreidingswetnorm, dus geen 86 maar 64 mensen. Opvang in Valmonte is afgewezen; er is immers al een opvang in Berg en Dal. We voelen ons daarnaast niet geroepen om weigergemeentes te faciliteren.
Inmiddels is een projectleider benoemd en zijn de inwoners geïnformeerd dat er op 23 april een inloopavond is in het dorp. Niet eerder. Ook weer zo’n afweging. Aan de ene kant slapen vluchtelingen daardoor langer in gebrekkige en massale opvang zoals sporthallen. Ter andere zijde is er iets meer gelegenheid om de opvang voor te bereiden en met de omgeving in gesprek te gaan. Linksom zou ik wel sneller willen gaan, rechtsom veel meer tijd willen hebben. Het is wat het is. Hopelijk kunnen we straks, net zoals destijds in Groesbeek en Berg en Dal, constateren dat het na een nogal onbevredigende aanloop toch allemaal op z’n pootjes terecht is gekomen. Ik wens het ons allen toe.
Mark Slinkman
Burgemeester van Berg en Dal
m.slinkman@bergendal.nl


