Vluchtelingenopvang 2

In mijn vorige column heb ik gedeeld met welke dilemma’s het gemeentebestuur geworsteld heeft nadat twee hotels in Berg en Dal ter beschikking waren gesteld voor vluchtelingenopvang. Ook terugblikkend blijft het heel onbevredigend, dat het zover is gekomen dat de nood en de tijdsdruk in de asielketen zo hoog zijn, dat het niet lukt om een goede participatie uit te voeren. Voor allerlei in verhouding veel minder belangrijke onderwerpen gaan overheid en samenleving uitvoerig samen in gesprek, maar voor een zo ingrijpende zaak als een noodopvang in het hart van een dorp lukt dat kennelijk niet. Dat is niet zoals het moet.

Met die constatering is het netelige vraagstuk evenwel niet opgelost. Wie aandraagt dat er in het vervolg pas op de plaats moet worden gemaakt en voldoende tijd moet worden genomen voor een uitvoerig informatietraject, zorgvuldige communicatie en langdurige participatie heeft zeker een punt. Dat geldt ook voor wie daar tegen inbrengt dat het onacceptabel is dat aan onze zorgen toevertrouwde kwetsbare mensen van een bed voor de nacht verstoken blijven terwijl we het goede gesprek voeren.

Dit kunnen we lokaal niet oplossen, daar zal het Rijk echt een rol moeten spelen. Dat is geen gemakkelijke opgave. Nederland heeft zich bereid verklaard een veilige haven te willen zijn voor wie in eigen land zijn leven niet zeker is. Die vrijwillig aangegane internationale verplichting moet worden gecombineerd met een opvang die erop is ingericht mensen snel zelfstandig deel te laten nemen aan de samenleving. En dan ook nog eens in aantallen die de gemeenschap dragen kan en die geen onevenredige claim leggen op onder andere de schaarse woningvoorraad.

Onder alle omstandigheden een moeilijke klus. Helaas kan ik niet anders constateren dan dat Den Haag het tot nog toe lelijk af heeft laten weten. Het droevig stemmend amateurtheater dat zich de afgelopen week in de Eerste Kamer heeft afgespeeld is wat dat betreft exemplarisch. Maar men is onder de Haagse kaasstolp al veel langer meer met zichzelf bezig dan met een effectieve aanpak van het asieldossier.

En die is wèl dringend nodig. Met bezorgdheid heb ik het nieuws gevolgd in de aanloop naar de informatieavond van 23 april in De Sprong. Zouden zich ook in de Ooij relschoppers van buiten melden, zoals in Loosdrecht dagen achtereen gebeurde? Er is een aanzienlijke groep raddraaiers die het hele land rondtrekt om met projectielen en zwaar vuurwerk politiemensen en hulpverleners te belagen.

Het is gelukkig bij ons niet gebeurd, zodat we die avond met de eigen inwoners in gesprek konden gaan. Enkele honderden in totaal en dat was af en toe behoorlijk heftig. Veel mensen waren erg boos over het ontbreken van inspraak. Grote zorgen leven er ook om de veiligheid van dierbaren. De opvang zorgt ook voor grote verdeeldheid; er meldden zich die avond óók tientallen vrijwilligers om een actieve bijdrage te leveren aan de opvang.

We hebben samen iets te doen nu de Ooijse gemeenschap tijdelijk 64 mensen meer telt. Een goede en menswaardige opvang moet het zijn en tegelijkertijd moet iedereen zich veilig kunnen voelen in het eigen dorp. Kennismaken met de nieuwelingen kan daarbij helpen. Onbekend maakt onbemind en het omgekeerde geldt ook. Ook onderling is er nog wat te doen; her en der zijn de afgelopen weken harde woorden gevallen en voor- en tegenstanders moeten elkaar weer terugvinden. Wat allen verenigt, heb ik gemerkt, is oprechte betrokkenheid. Als we dat in elkaar willen herkennen blijft de Ooij het prachtige dorp dat het al zo lang is!

Mark Slinkman
Burgemeester van Berg en Dal
m.slinkman@bergendal.nl

Gerelateerd

Hormuz en de Landstichting

Het bijzondere van Berg en Dal is dat onze gemeente zich moeilijk in één beeld…

Vluchtelingenopvang

We hebben bijzondere weken achter de rug sinds bekend is geworden dat Fletcher Hotels en…

Na de uitslag

Het zijn bewogen maanden geweest in politiek Berg en Dal. Vier jaar lang hebben de…

Columns van