Toen de eerste Oekraïense vluchtelingen in maart 2022 in Berg en Dal aankwamen, gingen we ervan uit dat hun verblijf kort zou zijn. Een paar maanden misschien. Daarna zouden de mensen terugkeren naar hun huizen, hun werk en hun gewone leven. We zijn inmiddels ruim vier jaar verder en de oorlog in Oekraïne duurt nog steeds voort. De Russen richten er dagelijks ongekende schade aan. Wanneer de strijd eens eindigt zal de wederopbouw van het land een enorme opgave worden.
Ondertussen staan de tijd én het leven van de Berg en Dalse Oekraïners niet stil. De kinderen gaan straks al voor het vijfde jaar naar basisschool De Sieppe of de middelbare school. Tijdens onze recente solidariteitsbijeenkomst vertelden enkele moeders me dat hun jonge kinderen geen herinnering meer hebben aan het land waar zij geboren zijn. Hun wereld bestaat uit Nederlandse klaslokalen, sportclubs, vriendjes en speelplaatsen.
Uit een inventarisatie op opvanglocatie De Kentering blijkt dat ook meer dan tachtig procent van de volwassen Oekraïners zijn of haar toekomst in Nederland ziet. Dat verrast me niet. Na meer dan vier jaar hebben veel mensen hier met vallen en opstaan weer iets van een bestaan opgebouwd. Die wens botst met het voornemen van zowel de Nederlandse als de Oekraïense overheid om uiteindelijk iedereen terug te laten keren. Ik begrijp het allebei.
Nederland kampt immers met grote woningnood en Oekraïne zal àl zijn inwoners straks hard nodig hebben voor de wederopbouw. En hoe hoger het inwoneraantal, des te sterker staat het land in de toekomst, zo simpel is het nu eenmaal. Tegenover die begrijpelijke staatsbelangen staan de zorgen van gewone gezinnen. Mensen die mij vertellen dat zij in Oekraïne geen huis meer hebben. Dat in hun dorp de waterleiding en het elektriciteitsnetwerk vernietigd zijn, net als veel scholen en bedrijven. Wat kunnen ze er nog? Het hart trekt terug naar daar, naar wat ooit was. Het hoofd zegt iets anders.
Dat is de verscheurdheid van de vluchteling. Niet de taal van regeringen en verdragen, maar de werkelijkheid van ouders die de beste toekomst zoeken voor hun kinderen. Dat valt dikwijls niet mee. Er zijn zeker mensen die uitstekend hun weg vinden. Hoogopgeleid, zelfstandig, met een goede baan en een groeiend netwerk. Maar ik zie ook in De Kentering mensen die vroeg in de ochtend door een busje van een uitzendbureau worden opgehaald voor zwaar lichamelijk werk. Die na een lange werkdag uitgeput thuiskomen, waardoor Nederlandse les een brug te ver is. Dan vraag ik mij soms af: was dit de bedoeling van de opvang?
Ik begrijp heel goed waarom zowel Nederland als Oekraïne inzetten op terugkeer. Maar verstandig bestuur vraagt om kijken naar de praktijk zoals die zich ontwikkelt, niet alleen naar de werkelijkheid die je hoopt te zien. Tot nu toe is grootschalige terugkeer bij geen enkele migrantengroep werkelijkheid geworden. Ik zie onder veel Oekraïners een patroon ontstaan dat doet denken aan wat we eerder zagen bij al die andere groepen. Een blijvend sterke emotionele verbondenheid met het moederland, vakantiebezoeken en financiële steun aan de achtergebleven familie. Maar tegelijkertijd een leven dat zich onmiskenbaar in Nederland afspeelt.
Misschien keert uiteindelijk een groot deel van de Oekraïners terug. Misschien ook niet, dat weet nog niemand. Zeker is dat er inmiddels een generatie kinderen opgroeit voor wie Berg en Dal minstens zo vertrouwd is als hun geboorteland. Juist daarom moet de overheid zich niet alleen voorbereiden op de toekomst die zij graag ziet, maar ook op andere mogelijke scenario’s. Want goed bestuur kan zich niet beperken tot wensdenken.
Mark Slinkman
Burgemeester van Berg en Dal
m.slinkman@bergendal.nl

