Kleinkinderen zijn zo verschrikkelijk leuk, als we dat eerder geweten hadden waren we daarmee begonnen, aldus een seniorenkalender. En in de zomervakantie komen ze graag een paar dagen logeren als pappa en mamma nog moeten werken en hun eigen vakantie bij verre na niet de schoolvakanties overlapt. Of het nu komt door het warme weer of de permanente aandacht die je moet geven, ik weet het niet, maar na een week zijn we echt moe. De belangrijkste factor in natuurlijk onze conditie; als 80-jarige is je uithoudingsvermogen beperkt en de hersteltijd veel langer dan die van hun ouders, maar we hebben ook de indruk dat het verwachtingspatroon van ouders en kinderen wederzijds wel erg verschilt van dat in onze jeugd. Onze ouders speelden nauwelijks met ons, behalve toen we heel jong waren. Nu zien we ouders bezig met voortdurend iets verzinnen of organiseren zodat de kinderen zich niet vervelen. Voor de hobby- en educatieve clubjes moet er telkens gebracht en gehaald worden, evenals voor het uit-spelen-na-school, de verjaardagspartijtjes en natuurlijk de opa’s en oma’s; misschien kunnen die ze misschien halen en brengen?
Wij speelden gewoon buiten, in de buurt, en we fietsten naar vriendjes en kwamen tegen etenstijd weer thuis. Op onze verjaardag gingen we niet naar een tropisch zwembad met wildwaterbaan of kwam er geen clown ons vermaken. De traktaties deelde je op school uit en bestonden gewoon uit snoepgoed. En eerlijk gezegd, ik heb nog steeds liever een spekkie dan een radijsje als traktatie.
Maar het lastigste is de permanente strijd tegen de verveling. Ouders en vooral moeders moeten zowel uitblinken in hun werk en “de herinneringen” die ze maken als in de beoordeling door hun vriendinnen, baas en partner, maar vooral hun kinderen. Ze vrezen het moment dat hun kind op de bank ploft en zeurend zegt: “ik verveel me”.
Als opa is mijn arsenaal aan oplossingen tegen de verveling beperkt als je eerst alle lichamelijk veeleisende spelletjes schrapt van de lijst. Dus denk ik aan dingen die ik in mijn jeugd deed zoals vliegeren, te beginnen met zelf een vlieger bouwen van takjes of latjes die je nog ergens hebt liggen, en krantenpapier; dat hebben wij nog wel. Lijm en latjes en vliegertouw … dan moeten we toch naar een winkel en niet een speelgoedwinkel, want dan kom je geheid thuis met een kant-en-klaar-vlieger, stuurbaar met twee klosjes. Voordat je dat onder de knie hebt is er al een hond met de vlieger vandoor gegaan en sta je ruzie te maken met het baasje dat het zo leuk vindt voor de hond. Zie hem eens genieten! Jij moet je hond onder controle houden. Wat? Jij moet hier niet willen vliegeren.
Een potje kaarten dan? Gelukkig vind mijn kleinzoon Pesten heel leuk, en vergeet ik zo af en toe de goeie kaart op te leggen zodat hij vaker wint dan ik. Heerlijk toch.
Alle vermoeidheid lachen we weg en bij het afscheid zeggen we oprecht, kom gauw weer eens logeren.
Evert Ruiter,
augustus 2026

