“Heb je vroeger zelf weleens gespiekt?” vroeg ik aan verschillende docenten.
Ehhh… was dat een diep graven in de herinnering aan ver vervlogen tijden of een aarzeling om de waarheid te vertellen? Wel eens, maar dat gaf wel een heel ongemakkelijk gevoel. Niet echt, ik durfde niet; stel dat je betrapt wordt. Ik zou me doodschamen.
Ken je anders wat manieren die leerlingen tegenwoordig gebruiken? Je snapt dat ik als surveillant moet weten waar ik op moet letten. Mijn hoofdtaak is natuurlijk zorgen dat de toetsen en examens ordelijk en eerlijk verlopen, voorkomen dat de examinandi uit hun concentratie gehaald worden en er geen fraude wordt gepleegd, ook niet door al te behulpzame surveillanten. We willen toch graag aardig gevonden worden? Voor het geld hoeven we het niet te doen.
Dan Ariely heeft er in 2012 een aardig boekje over geschreven: Heerlijk oneerlijk.
We zouden het kort kunnen samenvatten met: liegen of frauderen doen we allemaal, als we de kans krijgen, het risico op ontdekken klein is en de beloning groot.
Meestal zijn we eerlijk, maar de bereidheid om te sjoemelen neemt toe als het een goed doel dient of als we het samen doen als groep. We herkennen meteen het leugentje om bestwil of liegen om iemand te beschermen. Soms om je collega niet te verlinken.
Is de Daddy-talk van Rutte ook een leugentje om bestwil? Het lijkt zo opzichtig dat je moeilijk kan geloven dat Trump het zelf niet door heeft. Maar zijn we zelf ook niet gevoelig voor complimentjes, ook als we het een beetje overdreven vinden. Ik voel me best wel ongemakkelijk bij complimentjes. Ik heb gelukkig geleerd om dan dankjewel te zeggen.
Ook hulpverleners beginnen met je te bevestigen: wat goed van je dat je dat durft, dat doet. In de reclame wordt je voortdurend naar de mond gepraat: je verdient het! Je hebt er recht op! Nog een klein stapje verder en je voelt je verongelijkt als je niet krijgt waar je op had gerekend. Boosheid is dan troef.
Dat wordt wat met het volgende kabinet; zijn we bereid om voldoende het oog op het gemeenschappelijke doel te houden om niet onmiddellijk boos te worden als we zelf wat moeten inleveren van onze welvaart, ook als anderen iets minder inleveren?
Bij de opdrachten voor mijn ethiek- lessen moesten de deelnemers niet alleen in een moreel dilemma een gemotiveerde keuze maken, maar ook aangeven wie de klos was en wat ze daaraan dachten te doen. Deze opstellers van het coalitieakkoord geven aan dat ze voor kennelijk onrecht willen compenseren.
Dat stelt me voorlopig gerust. Misschien wordt het dan alsnog iets meer “sterkste schouders, zwaarste lasten” dan nu. Vooruit! Aan de slag!
Evert Ruiter, februari 2026

