Over de prachtige taxus baccata in Beek

In het centrum van Beek ligt rond het kleine Bartholomeuskerkje een oude begraafplaats. Voorbijgangers, en gasten op het terras van het nabijgelegen hotel ’t Spijker, kan het niet ontgaan dat op de begraafplaats een meerstammige, indrukwekkende taxus staat.

De taxus, ook venijnboom genoemd, behoort tot de oudste boomsoorten die in onze streken voorkomen. Carl Linnaeus (1707-1778) gaf deze boom de naam Taxus baccata. Baccata komt van het Latijnse baccare, en betekent: ‘met bessen bezet’. Uitgezonderd het noorden, komt de boom, kortweg taxus genoemd, in heel Europa voor. In Azië is hij te vinden rond de Zwarte en de Kaspische Zee en in Noord-Afrika in het gebied van het Atlasgebergte.
Maar het is dus ook voor ons een inheemse soort. Dat deze soort in Noordwest-Europa al van heel lang geleden dateert, blijkt uit de vondst van takken uit de laatste periode van het Plioceen, dat is de periode vóór de ijstijden, meer dan één miljoen jaar geleden.

Image Not Found
Het Bartholomeuskerkje ligt verborgen achter de taxus.

Runeninscripties
In het Groningse Westeremden werd in 1917 een runenstokje van taxushout met runeninscripties gevonden. Het runenschrift is het schrift van de Germaanse volkeren van Noord-Europa. Dit stokje, in bezit van het Groninger Museum, bewijst dat de taxus al heel lang in Nederland groeit.
In Fortingall, Schotland, staat waarschijnlijk het alleroudste Europese exemplaar, 3.000 jaar oud. Hiervan is helaas niet veel meer over: het kernhout is verdwenen. Dat is in Beek anders.
De taxus is heel vaak aangeplant op begraafplaatsen. Omdat de boom heel oud kan worden, wordt hij wel gezien als het symbool voor het eeuwige leven. Uit de literatuur blijkt dat de taxus in de Oudheid werd vereerd en dat hij heilig was. Twijgjes werden tijdens de begrafenis gebruikt en soms aan de overledene meegegeven. In de Noordse mythologie was de taxus gewijd aan de jachtgod en boogschutter Ullr. Diens boog was van taxushout gemaakt.

Bijzonder exemplaar
In 2023 is de taxus in Beek opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Dit register is een Nederlandse lijst van bomen die van nationaal belang worden geacht. Het wordt samengesteld door de Landelijke Bomenstichting (zie bomenstichting.nl). Daarvoor zijn criteria opgesteld als leeftijd (ouder dan tachtig jaar), conditie, biodiversiteitswaarde, beeldbepalend voor de omgeving en cultuurhistorisch belang. De Beekse taxus voldeed aan de criteria.

De taxus is met een omtrek van 620 cm opmerkelijk groot. De laatste tijd is door vrijwilligers van de begraafplaats uitgebreid onderzoek gedaan naar de leeftijd ervan. Die zal ongeveer 450 jaar zijn, waarmee de taxus een van de oudste in Nederland is. De leeftijd is bepaald aan de hand van foto’s, kadastrale gegevens en ook gebaseerd op mondelinge overdracht. Oudere taxussen groeien niet meer in de hoogte. Wel neemt de stamomtrek steeds langzamer toe: in het begin groeide de stam met wel 0,5 cm per jaar, tegenwoordig met nog maar tot 0,1 cm per jaar. Die lage groeisnelheid van de Beekse taxus wijst er ook op dat deze boom al heel oud moet zijn.
Zijn conditie is prima. Als inheemse soort heeft hij een grote biodiversiteitswaarde. Hij biedt een schuilplaats aan vogels en kleine zoogdieren en is beeldbepalend voor zijn omgeving. Zijn plaats bij de kerk is van cultuurhistorisch belang.

Opmerkelijke eigenschappen Taxushout is giftig en wordt zelden aangetast: afgezien van de taxuskever, heeft de boom weinig last van vijanden. Dat verklaart dat hij zo oud kan worden. De taxus, de jeneverbes (Juniperus communis L.) en de grove den (Pinus sylvestris L.) zijn de enige naaldbomen die al voor de jaartelling in Nederland groeiden. In het algemeen is een oude taxus (heel) breed en kegelvormig. De takken zijn stevig en groeien horizontaal of wat opgericht. De schors is bruinrood tot paarsachtig en afschilferend; onder de schilfers ontstaan donkerrode of bruine plekken. De naalden zijn glanzend donkergroen en zacht, 1,5 tot 3 cm lang en 3 mm breed. Een taxus is tweehuizig, er zijn mannetjes, en vrouwtjes met schijnbessen. Deze in Beek is een vrouwtje, maar er zijn nooit schijnbessen te zien; bestuiving door een mannetjesboom ontbreekt. Een schijnbes kent niet de ontwikkeling van een ‘normale’ bes. De schijnbes is rood-paars en omgeven door een doffe scharlaken mantel in de vorm van een napje ter grootte van een erwt. Alles aan de taxus is giftig, behalve het rode napje. Het duurt twee jaar voor de schijnbessen rijp zijn; dan worden ze zichtbaar en gaan ze opvallen.

Ziektemakers vergiftigen
Een aantal schimmels leven als symbionten, dat wil zeggen in een wederzijds voordelige samenleving, in taxussoorten: zowel de schimmels als de taxus profiteren van deze relatie. Opvallend is dat in de taxus schimmels leven die ook taxol kunnen produceren, een stof die wordt gebruikt in medicijnen tegen kanker. Die schimmels leven om de mergstralen heen. Dat zijn horizontale kanalen die water en koolhydraten vervoeren tussen kernhout en boomschors. Nieuwe zijtakken van de boom ontstaan uit knoppen onder de schors. Wanneer de zijtak doorbreekt, raakt de schors beschadigd. Daardoor krijgen andere externe, ziekten veroorzakende schimmels toegang tot het voedselrijke vocht in de kanalen. De symbiotische schimmels verhuizen vervolgens naar de beschadigde plaatsen in de bast en vergiftigen de ziektemakers met taxol. Sinds kort vermoeden wetenschappers dat taxol in de schimmels is ontstaan en dat de taxus de genetische informatie die hiervoor nodig is, van die schimmels heeft overgenomen. Die schimmels moeten een positieve rol hebben gespeeld in het lange leven van deze oude taxus en soortgenoten elders.
Wetenschapsjournalist Willy van Strien typeerde de activiteit van de schimmels in de taxus kernachtig in de titel van een stuk in het blad Bionieuws van 10 oktober 2015: ‘Schimmel helpt plant tegen schimmel’.

Rinny E. Kooi

Populair