Als we meer bloemen laten bloeien op dijken – zelfs al zijn het er maar een paar – kunnen er al snel tientallen bijen volgen. Dat ontdekte ecoloog Constant Swinkels, die onderzocht welke bloemen welke insecten het meeste helpen en hoe we zelfs bijensoorten die op de Rode Lijst staan terug kunnen krijgen. Swinkels promoveert op 19 augustus aan de Radboud Universiteit.
Voor zijn onderzoek besteedde de ecoloog honderden uren op verschillende dijken rondom Nijmegen. ‘Het begon met het monitoren van veel dijkgraslanden. We noteerden welke bloemen er stonden en welke wilde bijen en hommels op welke bloemen kwamen zitten.’ Ook analyseerde hij de stuifmeelkorrels op de poten van de insecten, om te bestuderen hoe bijen bloemen onderling verdelen en te zien welke bloemen populair waren. Daar ontdekte hij iets vreemds. ‘Verschillende bloemen zorgen voor meer insecten en op plekken waar zes of zeven verschillende soorten bloemen staan, zie je al meer dan 50% van de totale toename. Maar daarboven ontstaat er voor de wilde bijen een harde knik. Het aantal hommels blijft stijgen bij meer verschillende bloemsoorten, maar de wilde bij is een stuk kritischer en hun aantal groeit dan niet meer verder.’ Toch zag de ecoloog dat juist de écht kwetsbare rodelijstsoorten pas bij aanwezigheid van nog veel meer bloemsoorten terug komen; die hebben meer nodig.
Rode klaver en paardenbloemen
Het belangrijkste is, zegt Swinkels, dat die eerste stappen niet veel moeite kosten. Zodra planten zoals knoopkruid en rode klaver, maar ook paardenbloemen en boterbloemen verschijnen maakt dat al een groot verschil. ‘Vooral de diversiteit aan planten is belangrijk, bijvoorbeeld als het gaat om de vorm van de bloem. De rode klaver klapt open. Dan moet een insect dus precies weten hoe die bloem openklapt. Een boterbloem heeft dan weer een heel open bloemvorm, die geschikt is voor andere soorten bijen.’ Als die bloemen er eenmaal staan, kunnen er al snel twee of drie keer zo veel insecten voorkomen dan op kalere plekken. Maar dan zijn we er nog niet, waarschuwt de ecoloog. ‘Met alleen deze basishoeveelheid bloemen gaan we er niet komen. Sommige bedreigde wilde bijen zijn bijvoorbeeld heel kieskeurig, zowel in hun voedselvoorkeuren en als het op nesten aankomt.’ Swinkels ontdekte dat, ondanks dat de absolute aantallen op een gegeven moment minder sterk toenemen, de stabiliteit van de gemeenschap nog wel toeneemt en dat juist dan pas de echt zeldzame rode lijst soorten verschijnen. ‘Als er nog meer soorten en hoeveelheden bloemen staan, zien we dat bestuivers het beschikbare voedsel beter kunnen delen. In plaats van veel verschillende bloemen tegelijk te bezoeken lijken bijen beter in staat hun voorkeurssoort te kiezen én overlapt hun voedselgebruik minder. Dit schept ruimte voor de rodelijstsoorten en zou er zelfs voor kunnen zorgen dat de bestuiving van bloemen efficiënter verloopt.’
Insectensnelwegen
Dijken zouden een cruciale rol kunnen spelen in de terugkeer van bepaalde bijensoorten, bewees de ecoloog met zijn onderzoek. ‘Niet alleen zijn dit plekken waar ruimte is voor bloemen en natuur, maar ze zijn ook aantrekkelijk voor bijen: zo wordt de helling bijvoorbeeld lekker warm in de zon, wat ideaal is voor de ontwikkeling van hun larven. Ook zijn dijken een soort insectensnelwegen. Als alle dijken bloemrijk zouden zijn, vormen ze verbindingswegen tussen natuurgebieden en hebben insecten ineens een gigantisch leefgebied. Laten we kijken hoe we onze dijken zo nuttig mogelijk kunnen inrichten zodat zo veel mogelijk insecten ervan kunnen profiteren.’












