Zijn de wonderen de wereld uit? Of kan de ene mens een ander door simpele handoplegging genezen?
Nog geen halve eeuw geleden -en vele eeuwen daarvóór- noemden we dat toch wonderen. Verhalen die van mens op mens en generatie op generatie werden doorverteld en die tot religieuze heiligverklaringen leidden. Een cultuur van beelden in ons geheugen.
Antonius die hielp verloren zaken terug te vinden. Christoffel die je begeleidde op reis. En natuurlijk onze superster Jezus die zieken genas en zelfs doden weer tot leven wekte.
We leefden binnen een veilige ring van heiligen die ons beschermden, maar wij begrepen dat zelfs hén dat niet altijd lukte.
Wat haaks staat op de huidige tijd. Nu eist de onverzadigbare en in zichzelf gekeerde massa onmiddellijke bevrediging van haar behoeften. Leiders genieten nauwelijks nog krediet.
Stil verlang ik nog wel eens terug naar de duidelijke en overzichtelijke wereld van vroeger. Ook al zou ik nooit meer kunnen gedijen in die sprookjeswereld met veel humbug, onzinnige geboden en zwartrokken met losse handjes.
Ik denk er nu toevallig weer even aan omdat ik in de krant lees dat de kaalslag onder christelijke gebedshuizen voortwoekert.
De acteurs op en rond het altaar overtreffen vaak de bezoekers in aantal, dus het sluiten van de kerken is niet onlogisch.
Positieve kant eraan is dat de vrijkomende gebouwen op velerlei manieren kunnen worden benut. Daar zijn mooie voorbeelden van zoals in Zwolle en Maastricht, waar prachtige bibliotheken in de panden zijn gevestigd.
Maar ik zou het persoonlijk een klein wondertje vinden, als zulke mooie voorbeelden navolging vinden en dat het geen witte raven blijven. Want er is natuurlijk een grote kans dat kapitaalkrachtige particulieren toeslaan en de panden onttrekken aan het publieke domein. De heilig verklaarde ‘markt’ gelooft nu eenmaal niet in wonderen.
Sagittarius

