We gingen de wereld veranderen dachten we in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Of laat ik voor mezelf spreken: Ik dacht dat het tijd was voor verandering van het muffe en besloten karakter van de maatschappij van net na de 2e Wereldoorlog.
Het ging allemaal niet zonder horten of stoten, maar toch durf ik de stelling aan dat het een vrijwel geweldloos verlopen jongerenrevolutie is geworden. Een ‘revolutie’, die werd gesymboliseerd en begeleid door de opkomst van onze eigen muziek.
Wie herinnert zich niet de doorbraak van The Beatles en de hele stortvloed van bands en jongerenmuziek die daar op volgde? En precies bij die doorbraak lag voor mij het begin van een totale omslag in de tijd. Omdat ik er precies de goede leeftijd voor had. Een samenloop van de algemene tijdgeest en een gunstig geboortejaar. Puur geluk dus.
Er volgde een euforische periode van bevrijding en losmaking van vrijwel alle ouderlijke normen en waarden. Die geleidelijk aan werd gevolgd door de studie van inhoudelijke ideeën en theorieën over hoe de maatschappij rechtvaardiger kon worden ingericht.
Daarbij liep ik er al snel tegen aan dat het ménsen zijn die de structuren en maatschappijvormen bevolken en invullen. En dat verandering uiteindelijk van individuele mensen kan afhangen.
Die mensen blijken vaak bijzonder gehecht aan status, zekerheid en status quo. Ook als dat lang niet voor elke individu gunstig uitpakt. Het hemd is dan al snel nader dan de rok.
Dus goede ideeën alléén zijn absoluut niet voldoende om sociale en duurzame veranderingen te bewerken. En al kan ik het nog steeds maar met grote moeite uit m’n strot krijgen: Inspirerend leiderschap lijkt hierbij een onmisbare factor te zijn.
En minstens zo belangrijk: Het moet voor mensen aantrekkelijk worden gemaakt om te veranderen. Het nieuwe moet als het ware goed worden ‘verpakt’ en ‘verkocht’.
Net zoals gelijk hébben nog lang niet betekent dat je ook altijd gelijk kríjgt.
Kortom, zelfs ‘het goede’ moet bevochten en verkocht worden.
Toch iets geleerd in al die jaren.
Sagittarius

