Een columnist moet vrij zijn. Niet een béétje vrij, maar volkomen vrij. Zonder dat er iemand over de schouder meekijkt met een rode pen in de aanslag. Want dát is de kern van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting: kunnen schrijven en zeggen wat er in je opkomt, ook als dat niet iedereen bevalt. Sterker nog, juist dán.
We hoeven het echt niet over alles met elkaar eens te zijn. Dat zou pas saai zijn. Stel je voor: een land vol instemmend geknik, zonder één enkele opgetrokken wenkbrauw. Denk bijvoorbeeld aan Noord Korea. Nee, dan toch maar liever flink wat reuring. Daar blijft de geest scherp en oplettend bij.
Controle door een redactie? Altijd uit den boze! Of het nu gaat om commercieel belang (‘Dat stoot adverteerders af!’) of politieke overwegingen (‘Dat ligt gevoelig in Den Haag…’), het resultaat zou hetzelfde zijn: tandeloze verhalen zonder prikkels. En dan is het geen column meer.
Gelukkig bestaan er in de media nog heel wat hoofdredacties die ruimte laten voor eigenzinnige gedachten. Voor columnisten die iets schrijven of zeggen dat verrast, schuurt of zelfs tot irritatie of erger leidt. En zo hoort het ook, want lezers hebben recht op vrije nieuwsgaring. Dat kan betekenen dat ze soms iets lezen waarbij ze gaan fronsen of stampvoeten. Maar niemand wil toch luisteren naar een koor dat alleen maar éénstemmig zingt? Precies daar begint dan het eigen nadenken van de lezers.
Columnisten brengen kleur, scheppen ruimte en zorgen op z’n tijd voor een gezonde dosis ongemak. In tijden van crisis, polarisatie en omwenteling zijn zij misschien wel de laatsten die het aandurven om iets te schrijven of uit te spreken dat machthebbers, populistische krachten of een algoritme aan de kaak stelt.
Dus ja, koester de columnist met de vrije pen en de vrije stem en blijf lezen en luisteren, ook als het schuurt. Want anders glijden we af naar de ééntonige doodse ‘stilte’ van de massa. En daar is uiteindelijk nog nooit iemand wijzer van geworden.
Sagittarius

