De Tour de France had vroeger altijd iets magisch voor me. Namen als Fausto Coppi, Gino Bartali, Hugo Koblet, Jean Robic, Wim van Est, Louison Bobet, Charly Gaul, Salvatore Nencini, André Darrigade, Jacques Anquetil, Hennes Junkermann, Henry Anglade, Jan Janssen, Raymond Poulidor en Eddy Merkx stonden voor heroïsche etappes met geweldige ontsnappingen en gevechten op de flanken van de Aubisque, de Tourmalet of de Puy de Dome. Aan doping dacht ik hooguit in de zin van de biefstuk die de renners naar believen dagelijks nuttigden, of rauw in hun broek stopten om schrale billen te voorkomen.
Meerdaagse wielerkoersen waren – vond ik – de meest pure krachtmeting op sportgebied. Veel meer dan voetbal of zelfs de marathon.
In mijn herinnering was de eerste inbreuk op die heroïek de introductie van een speciale tijdritfiets met aangepast stuur. Dat vond ik absoluut unfair in de competitie. Maar vanaf dat moment leek een hele periode lang de renner steeds minder de bepalende factor te worden op de velo. Want gelijk met de materiaaloorlog deden spierversterkende middelen en uiteindelijk ook epo hun intrede. Geschoren benen waren niet langer de norm. Dat was peanuts in de chemische strijd.
Het overheersende gif van de commercie maakte -zoals bijna overal- het begrip eerlijke competitie tot een lachertje, ten koste van zowel de toeschouwers als de renners. Renners lagen voor de start in een rij op hun britsen te wachten op de zo begeerde prik in de bil. Daar waren ook mannen bij betrokken die in eerste instantie bewondering oogstten, zoals Gert-Jan Theunisse, Steven Rooks en Freddy Maertens. De dopingtop werd natuurlijk bereikt in het tijdperk van Jan Ulrich, Bjarne Riis en de absolute keizer van de spuit Lance Armstrong.
Sindsdien wilde de magie van destijds bij mij niet meer echt terugkeren. Maar …. geleidelijk aan doen renners als Matthieu van der Poel, Wout van Aert, Remco Evenepoel, Jonas Vingegaard, Thymen Arensman en de onvolprezen Tadej Pogadjar hun uiterste best om mij met uitzonderlijke prestaties weer te overtuigen van de schoonheid van het wielrennen. Toch durf ik nog niet voluit te genieten. Want, wat als…..(vul zelf maar in). En ook blijft op de achtergrond het hyperactieve rode duiveltje met zijn drietand waarschuwen, dat je één ding nooit moet vergeten: Waar het geld regeert, zwijgt vaak het geweten.
Sagittarius

