Fatsoen…

Tot mijn verantwoordelijkheden behoort ook de personeelsafdeling van het gemeentehuis. Met enig ongeloof en ook wel boosheid las ik onlangs de lijst met incidenten die het afgelopen jaar door onze mensen zijn gemeld.

Een medewerkster die via WhatsApp wordt uitgescholden voor “achterlijk wijf”. Haar collega die de welbekende krachtterm om haar oren krijgt, waarin een dodelijke ziekte en prostitutie worden samengebracht. Een inwoner die de Hitlergroet brengt om duidelijk te maken wat hij van de ambtenaar vindt. Een ander die zijn kunstgebit uit z’n mond haalt en dit op tafel gooit om zijn argumenten kracht bij te zetten. Collega’s die worden beledigd, beschuldigd en onder druk gezet, tot zelfs contactverboden nodig blijken. Een medewerkster die te horen krijgt dat een boze gesprekspartner wel weet waar ze woont. En dat blijkt dan ook zo te zijn. Ambtenaren die tijdens gesprekken worden geconfronteerd met vuisten op tafel, vingers vlak voor het gezicht en dreigende taal.

En dan zijn dit nog maar enkele van de gemèlde incidenten. Er zijn ook genoeg medewerkers die een vervelende ervaring wel delen met collega’s, maar geen officiële melding maken. Omdat zij denken dat het “er nu eenmaal bij hoort”, of het voorval het liefst maar zo snel mogelijk willen vergeten. De impact van een nare ervaring verschilt per persoon, maar onderschatten mag je die nooit. Sommigen slapen er slecht van. Anderen voelen spanning wanneer een bekend nummer belt of kijken toch even extra over hun schouder bij het verlaten van het gemeentehuis.

Het is een feit dat inwoners soms boos, teleurgesteld of zelfs wanhopig zijn. Achter veel heftige reacties gaat een hele wereld schuil: stress, schuldenproblematiek, geestelijke nood of een algemeen gevoel van machteloosheid. De gemeente staat dichtbij en krijgt daardoor de frustratie over zich heen als iets waar de hoop op gevestigd is niet mogelijk blijkt. En net als alle mensen maken ook onze ambtenaren soms fouten. Toch mag het kunnen invoelen van emoties nooit leiden tot acceptatie van intimidatie of bedreiging. Ik begrijp het wel, maar ik heb er geen begrip voor.

Waar komt dat steeds verder wegvallen van vroeger zo normale omgangsvormen toch vandaan? We leven in  een samenleving waarin het geduld almaar sneller opraakt en het vermogen om “nee” te verdragen steeds kleiner. Zeker is dat de sociale media hier een rol spelen, waar permanent woedende mensen elkaar opstoken in wantrouwen richting “de overheid”; een kwaadaardig anoniem apparaat zonder gezicht. Alsof daar geen gewone mensen net als zijzelf werken.

Maar achter iedere balie of telefoon of briefschrijver zit toch heus een echt mens. Iemand met een gezin, een geschiedenis en een eigen kwetsbaarheid. Die ’s morgens naar zijn of haar werk gaat met de oprechte intentie iets goeds te doen voor Berg en Dal. Daarom wil ik hier nadrukkelijk zeggen: ik sta voor, achter en naast achter onze medewerkers. Tegenspraak geven mag altijd, maar wel binnen de grenzen van fatsoen en veiligheid. Agressie en intimidatie zijn onacceptabel.

Het hoort ook niet bij een gemeenschap als de onze, waar mensen in de regel nog naar elkaar omzien, dat gemeenteambtenaren hun werk met grote omzichtigheid of zelfs met angst doen. Wie denkt dat fatsoen ouderwets is, moet zich afvragen hoe de samenleving er uitziet zonder.

Mark Slinkman
Burgemeester van Berg en Dal
m.slinkman@bergendal.nl

Gerelateerd

Corona

In Den Haag is de parlementaire enquête naar de coronacrisis begonnen. Het is  opvallend hoe…

Hormuz en de Landstichting

Het bijzondere van Berg en Dal is dat onze gemeente zich moeilijk in één beeld…

Vluchtelingenopvang 2

In mijn vorige column heb ik gedeeld met welke dilemma’s het gemeentebestuur geworsteld heeft nadat…

Columns van