Corona

In Den Haag is de parlementaire enquête naar de coronacrisis begonnen. Het is  opvallend hoe weinig gewicht er landelijk aan lijkt te worden gehecht; de commissie bestaat vrijwel geheel uit onbekende en onervaren Kamerleden.

Dat wreekt zich in de verhoren met de mensen die een centrale rol speelden bij de cruciale beslissingen van destijds. Je zag dat afgelopen week in het gesprek met Jaap van Dissel. Regelmatig kreeg hij ruimte om vragen te herformuleren of de commissie zelfs te corrigeren, wanneer hij vond dat de verkeerde vraag werd gesteld. Juist dan zou een enquêtecommissie moeten dóórvragen. Dat is niet alleen van belang voor de geschiedschrijving. Mensen die nog altijd de gevolgen van die periode dragen, hebben recht op het hele verhaal.

Oud-Kamervoorzitter Kadija Arib legde in haar verhoor wat mij betreft de vinger op de zere plek. Heel goed, zei zij, dat er lessen worden getrokken om voorbereid te zijn op een volgende crisis. Maar waar blijven de waarheidsvinding en de verantwoording? Het vertrouwen van veel inwoners in de overheid heeft in deze periode een flinke deuk opgelopen. Dan is het van groot belang dat duidelijk wordt wie wat, wanneer en waarom heeft besloten. Wie droeg de verantwoordelijkheid, en wie neemt hem ook?

Wat een dergelijk onderzoek ingewikkeld maakt, is dat iedereen inmiddels weet hoe het verder is gegaan. Onze kennis van nu kleurt zowel de vragen als de antwoorden. Hoe haal je nog terug hoe het voelde om, tastend in het duister, besluiten te moeten nemen die diep ingrepen in het dagelijks leven van miljoenen mensen?

Daar moest ik aan denken toen ik naar aanleiding van de enquête mijn eigen aantekeningen uit die periode er voor het eerst weer eens bij pakte. Omdat er zoveel vergaderingen en activiteiten wegvielen, had ik veel tijd om op te schrijven wat mij als burgemeester overkwam. Al lezend viel mij op hoe snel alles ging. Wat in januari 2020 nog een ver-van-mijn-bedshow leek, beheerste een aantal weken later mijn agenda volledig.

Ook met mijn eigen dilemma’s werd ik geconfronteerd. Ik kreeg de sterfgevallen in Berg en Dal destijds doorgebeld en maakte me daar grote zorgen over. Met ondernemers belde ik veel om ze een hart onder de riem te steken en hun leed drukte zwaar op me. Dat jongeren in groepen  bijeen bleven komen, kon me soms echt boos maken. Inmiddels kan ik meer begrip opbrengen voor hun behoefte aan menselijk contact. Maar zou ik nu anders handelen? Of toch opnieuw kiezen voor strenge handhaving om kwetsbare inwoners te beschermen? Ook achteraf blijft dat een lastige vraag.

Teruglezend komt veel weer boven. Maar misschien nog opvallender is hoe lang het allemaal geleden lijkt. En hoe snel het gewone leven zich daarna heeft herpakt. Drie zoenen bij een begroeting zijn we minder gaan doen, en begrafenissen in kleine kring zijn de regel geworden.  Misschien maakt dat de coronatijd juist zo moeilijk te onderzoeken. Voor velen ligt die periode ver achter ze, terwijl anderen nog iedere dag de gevolgen ervaren. Mensen die dierbaren verloren, wier gezondheid blijvend werd aangetast of wier vertrouwen in de overheid werd beschadigd. Juist daarom verdient de coronacrisis meer dan alleen lessen voor de toekomst. Zij verdient ook een eerlijk antwoord op de vraag hoe de beslissingen van toen tot stand kwamen.

Mark Slinkman

Burgemeester van Berg en Dal

Gerelateerd

Een praatje maakt je dag

SIRE heeft in de loop der jaren al heel wat maatschappelijke thema’s aangekaart, zoals polarisatie,…

Tussen twee thuislanden

Toen de eerste Oekraïense vluchtelingen in maart 2022 in Berg en Dal aankwamen, gingen we…

Fatsoen…

Tot mijn verantwoordelijkheden behoort ook de personeelsafdeling van het gemeentehuis. Met enig ongeloof en ook…

Columns van