Het was een van de heerlijke zomerse lentedagen. En wat doe je dan als je kleinkind komt logeren? Naar de speeltuin natuurlijk. Ma pakt broodjes in een mand, pa de trommel met verband… tot we misselijk van het draaien en de limonade zijn. (Even een flash back uit mijn jeugd.)
Gelukkig hoef ik zelf niet overal meer op of in. Vaak lukt dat niet meer op gevaar af vast te komen zitten op een te smalle schommel of in een glijbaan waar leuke kindertjes net water in hadden gegoten. Dat gleed niet meer en ik hield er een natte broek aan over. Bij de aanblik van draaimolens en andere snel draaiende apparaten alleen al bekroop me een lichte misselijkheid. Ha! Een waterpartij met pompen, goten, afsluiters en veel modder. Het oer-Hollandse instinct van slootjes graven, dijken bouwen en weer doorsteken brak meteen door. Een vader stond ijverig aan het wiel van de pomp te draaien terwijl zoonlief probeerde de afsluiter te blokkeren met modder tot mijn kleindochter zei dat hij niet hoefde te draaien omdat de kraan toch wel liep als je de slinger in de bovenste stand hield. Talent voor een studie weg-en-waterbouw of een training verwachtingenmanagement? In elk geval voor kritisch nadenken en het ontdekken van redeneerfouten. De bekendste is wel: als iets na elkaar gebeurt dan is het een vast het gevolg van het ander. Als de ooievaars terugkeren worden er veel kindertjes geboren. Hoe bent U 108 geworden? Elke dag beginnen met een boterham met ei. Over gezond blijven en oud worden heersen tal van successtories die allemaal één ding gemeen hebben, de goede afloop is te danken aan het doorzettingsvermogen van de verteller en de slechte afloop was domme pech of de schuld van een ander.
De draaiende vader was wel verstandig: geeft niet, het is goed voor m’n conditie en leuk om te doen. Hij speelde het spel mee en dat is precies wat je in een speeltuin met kinderen moet doen. Totdat het gevaarlijk wordt, en dan schiet je meteen in de ouder-rol: pas op, niet doen, stop!
Nu wil ze met het treintje mee; zal opa mee gaan? Nee hoor, ik wil alleen; kijk maar, ik ben groot genoeg. Ze gaat naast een meetlat staan waarop je kan zien of je groot genoeg bent om alleen met de trein te mogen reizen.
Jij mag wel even koffie drinken, opa.
Ik ben even uitgespeeld, ik moet op de buitenspelbank.
Sindsdien zie ik overal in de gemeente “buitenspelbankjes” staan.
Evert Ruiter,
Juni ‘26

