Brand

Als burgemeester heb ik het voorrecht om regelmatig aanwezig te zijn op momenten die belangrijk zijn voor onze inwoners. Zonder deel uit te maken van een familie of vereniging mag ik dan meedelen in de feestvreugde als mensen zestig jaar getrouwd zijn, bij jubilerende clubs of een bedrijf dat zijn honderdjarig bestaan viert. De keerzijde daarvan is dat ik soms ook mensen ontmoet op ontzettend moeilijke of verdrietige momenten in hun leven. Dat gebeurde vorige week zaterdag tijdens de brand in de Ooij.

De avond ervoor was ik nog op onze brandweerpost in Beek bij de jaarlijkse korpsavond. Dat is het moment waarop diploma’s worden uitgereikt en bevorderingen worden gememoreerd. Ik mocht één van onze vrijwilligers zelfs een medaille opspelden voor dertig jaar trouwe dienst. Hoewel ik het natuurlijk wel weet, realiseer ik me op zo’n avond altijd weer even hoeveel uren onze brandweermensen besteden aan onze veiligheid. Hoeveel ze naast de wekelijkse oefenavonden en uitrukken ook nog studeren om in gevaarlijke situaties te kunnen optreden.

Toen ik die avond afscheid nam, vermoedde ik niet dat we elkaar de volgende ochtend vroeg alweer zouden treffen. Rond zessen ging de telefoon, en even voor half zeven was ik in de Christinastraat. Terwijl bezorgde buren toekeken waren politiemensen aan het werk, maar ook ambulancemedewerkers, de afdeling bevolkingszorg van de gemeente, Salvage en de communicatiemensen van de Veiligheidsregio. En natuurlijk de brandweer, die met de hoogwerker nog volop aan het blussen was.

Ik was ook nu weer onder de indruk van de manier waarop al die hulpdiensten samenwerken om elk hun rol optimaal te vervullen. Er was bij de buren helaas de nodige schade door water, rook en roet; heel ingrijpend en niet te onderschatten. Maar ondanks de felle brand lukte het gelukkig om te voorkomen dat ook die drie naastgelegen huizen in vlammen opgingen.

De sfeer op straat was bedrukt. In alle drukte en activiteit overheerste het besef dat het vuur een slachtoffer had geëist en dat in de verbrande woning een jong mens lag. Een leven dat nog lang niet af was en dat toch plotseling was afgebroken. Dat raakt je als mens, of je nu burgemeester bent of brandweerman met kinderen in die leeftijd. Of een jonge brandweervrijwilliger die zich tijdens z’n allereerste uitruk realiseert dat een leeftijdsgenoot is overleden. En toch moeten die vrijwilligers blijven handelen, dóórpakken, de brand meester worden. Dat bewonder ik.

Wat me niet verbaasde, maar wél raakte, was de vanzelfsprekendheid waarmee het dorp naar voren stapte om hulp te bieden. Mensen op de hoek van de straat die in alle vroegte de getroffen buren in huis haalden voor de eerste opvang. De vrijwilligers en bestuursleden van De Sprong die gauw open deden toen bleek dat Morgenfit door een leidingbreuk niet gebruikt kon worden. En de vanzelfsprekendheid waarmee alle eigen plannen meteen werden losgelaten om de hele ochtend met koffie, broodjes en een luisterend oor klaar te staan voor de getroffenen.

Wat we tegenwoordig de weerbaarheid van de samenleving noemen, zie ik hier in het echt: buren, vrijwilligers en dorpsgenoten die zonder aarzelen klaarstaan. Saamhorig een feestje vieren kunnen ze goed in de Ooij, maar temidden van pijn en verdriet toont de gemeenschap misschien wel haar grootste kracht.

Mark Slinkman
Burgemeester van Berg en Dal
m.slinkman@bergendal.nl

Gerelateerd

Vuurwerk

De komende jaarwisseling is de laatste waarin consumentenvuurwerk in Nederland legaal mag worden afgestoken. Het…

Het eerlijke verhaal…

In verkiezingstijd verliest de nuance het doorgaans van de ferme mening. Zeker het asieldossier leent…

Stem op de toekomst!

Binnenkort mogen we weer naar de stembus. De verkiezingsdebatten zijn in volle gang en zowel…

Columns van