Anneke 169

Onder een drukkende hemel had Nijmegen zijn terrassen uitgezet en zijn zonneschermen neergelaten. Het kwik zou vandaag de dertig graden passeren en als voorbereiding op de drukte veegden de obers, met een stroeve glimlach om zich heen kijkend, de plaatijzeren tafeltjes van de zitjes op het Koningsplein schoon. Uit een belendend café, waar men de radio aan had staan, klonk de stem van Trump, die weer ‘ns zijn expansiegedachte inzake Groenland ventileerde en wat verderop, in een portiek van een kledingwinkel, lag een oude labrador hijgend op zijn zij, terwijl een zwaarlijvige man, die een fiets aan de hand voort duwde, zich het zweet van zijn voorhoofd veegde. Op zoek naar verkoeling zocht het winkelend publiek opvallend vaak de schaduw op van de overdekte winkelgalerij. Die dag liep Anneke piekerend door het zonovergoten centrum, haar gedachten werden in beslag genomen door Betty’s aanhoudende vraag waarom juist zij enig kind was, terwijl al haar vriendinnetjes intussen minstens een of twee broertjes of zusjes hadden. En dat was toch veel leuker, had ze eraan toegevoegd, dat was toch veel gezelliger, dan had je altijd iemand om mee te spelen. Aanvankelijk hadden Anneke en Roy niet veel aandacht besteed aan de opmerkingen van hun dochter, kinderen zeggen immers wel meer. Maar een beetje gelijk had ze wel, dat moesten ze eerlijk toegeven, alleen is ook maar alleen.

De zaak was op gang gekomen toen er in haar klas kort na elkaar sprake was van meerdere gezinsuitbreidingen. Enthousiast had Betty thuis verteld dat zowel Guus als Thomas ieder een broertje hadden gekregen. En twee weken daarna had Eline zowaar een zusje gekregen, dat luisterde naar de naam Emma. En Eline had al een oudere zus, moest je weten, dus nu had ze thuis maar liefst twee speelkameraadjes. En met een “ik moet altijd alleen spelen” vertolkte Betty niet alleen haar onbehagen over haar eigen situatie, maar ook een groeiend verlangen naar een eigen broertje of zusje. En daar konden haar ouders best iets aan doen.

Misschien moeten we er toch ‘ns wat voor openstaan, had Anneke laatst nog geopperd, nadat ze Betty op bed had gelegd. Want weet je wat het is Roy, ik ben zelf opgegroeid met mijn zussen Mary en Sylvia en voor zo ver ik me het herinner hadden we het altijd leuk onder elkaar. Ik kan me dan ook voorstellen dat Betty soms wat eenzaam is, tenslotte heeft ze niet dagelijks een vriendinnetje over de vloer en op die dagen is ze volkomen op zichzelf aangewezen, dat merk jij toch ook. Da’s ook niet altijd even leuk voor haar.

Maar Roy was het gevoelige onderwerp nog even uit de weg gegaan en daar worstelde Anneke ‘n beetje mee, terwijl ze in het snikhete centrum van Nijmegen over de markt liep.  

Daarom besloot zij hem er bij thuiskomst op aan te spreken en toen ze zei dat Betty echt naar een broertje of zusje verlangde, ontspon zich tot haar verrassing de volgende discussie.

“Serieus Roy, Betty vraagt steeds vaker wanneer ze een broertje of zusje krijgt.”

“Ga weg.”

“Nee echt!”

“Ja maar, tegenover mij heeft ze ’t daar nooit over. Dus misschien moet je er niet zo zwaar aan tillen, want zo blijven we met dat onderwerp aan de gang. Of verlang jij zelf soms serieus naar een tweede kind?  Want als dat zo is….” knipoogde ie.

“Nou, om eerlijk te zijn Roy, zou ik zelf ook best een tweede kindje willen. Want als ik terugkijk op mijn zwangerschap, was dat eigenlijk de mooiste tijd van mijn leven. Als ik alleen al aan de geur van een baby denk, dan verlang ik er zelf ook steeds meer naar.”

“Nou, weet je, ik zou een tweede erbij zelf ook hartstikke leuk vinden.” antwoordde Roy opgewonden. Ja, dat meen ik echt! Nou, wat denk je, zal ik de ooievaar dan maar bellen?”

Gerelateerd

Anneke 170

Niets wees erop dat ze niet gewoon voor de tweede keer zwanger zou kunnen worden,…

Anneke 168

“Weet je wat het is, Dirk, het komt me nu even he-le-maal niet uit,” legde…

Anneke 167

Het was druk in de aankomsthal van het station Nijmegen, veel stappen, veel stemmen en…

Columns van