“Weet je wat het is, Dirk, het komt me nu even he-le-maal niet uit,” legde de vermoeid uitziende man, die samen met Anneke en nog enkele anderen in het bushokje op Plein 1944 voor de felle regen stond te schuilen, druk gebarend aan zijn kompaan uit. Anneke wendde haar hoofd af, daarmee haar afkeer bedekkend voor het soort types dat te midden van onbekenden ongegeneerd en schaamteloos te koop loopt met hun privé sores.
“Precies tien maanden zit ik nu overwerkt thuis”, ging de man op luide toon verder, “en in die tijd heb ik mezelf een slag in de rondte gewerkt om ons huis ‘ns een keer grondig te verbouwen, want zeg nu zelf, met die burn-out had ik er eindelijk ‘n keer de tijd voor. En wat denk je, aanstaande maandag komen eindelijk die bestelde onderdelen voor de warmtepomp binnen die ik, samen met mijn broer Arie, volgende week zou gaan installeren. En uitgerekend vandaag krijg ik een telefoontje van de verzekeringsarts, dat ik met ingang van aankomende maandag weer wordt geacht halve dagen te komen werken. Op therapeutische basis. Nou, wat vind je daarvan? Arie heeft notabene aankomende week al drie snipperdagen opgenomen, omdat ie mij met die verwarming zou helpen en nu komt dit er tussendoor fietsen. En ik zie het eigenlijk helemaal niet meer zitten om me weer uit te sloven voor dit bedrijf, want ik wil er zo snel mogelijk weg, het werk ligt me voor geen meter. En ik heb die controlerend geneesheer nog proberen te overtuigen dat ik er nog steeds doorheen zit, maar hij lag dwars, trapte er niet in. Dus ik moet aankomende maandag weer naar mijn werk, ik heb geen keuze. Ik baal dan ook als een stekker.”
“Kan je dan geen vakantiedagen opnemen?” vroeg zijn maat. Kale schedel, vragende blik.
“Ja, dat zou ik wel kunnen doen, maar dan snij ik mezelf in de vingers, want ik heb die dagen hard nodig om straks in Spanje uit te blazen. Maar allereerst moet die hut af, begrijp je?”
De man staarde een poos uiterst grimmig om zich heen, Anneke keek snel de andere kant op.
“Maar je moet ook inzien dat jouw baas al die tijd jouw salaris heeft doorbetaald. En van die centen heb jij dat huis verbouwd,” begon de ander weer, terwijl ie een hijs van zijn sigaret nam, “dus, zeg maar, jij hebt je huis in feite verbouwd op zijn kosten. En terwijl jij je thuis het schompes werkte, heeft Intussen iemand anders op de zaak jouw werk gedaan, want anders was dat blijven liggen. Dus dat heeft jouw baas een hele hoop geld gekost en daar hoor ik jou niet over. En nu wil je er nog weg, ook! Ik denk dat jouw baas dan stennis gaat maken.”
“Gaan we nou ineens principieel worden, Dirk? Alsof jij nooit ergens van hebt geprofiteerd.”
Dirk haalde zijn schouders op, inhaleerde nog ‘ns diep en trapte daarna zijn sigaret uit.
Dan, beschroomd: “Okay, ik heb me vroeger ook wel ‘ns op maandag ziekgemeld, terwijl ik geen flikker mankeerde. Nu ja, dat wil zeggen, ik had weliswaar een gigantische kater, omdat we zondags met voetbal hadden gewonnen en we met z’n allen de kantine indoken, maar met een paar aspirines op had ik best kunnen werken. En ik zal je nog ‘ns wat vertellen, Jan, ik herinner me nog een stel collega’s die terugkeerden van een rondreis van drie weken door Amerika. Dat koppel kwam precies één dag op het werk om te vertellen dat het allemaal fantastisch was geweest en om tevens aan te kondigen dat ze een flinke jetlag hadden, om zich prompt de andere dag ziek te melden. Konden ze op hun gemak boodschappen doen, een paar wasjes draaien en het huis aan kant maken. En in die week dat ze uitrustten van de reis, kwamen de wederzijdse ouders effe gezellig een bakkie doen om alle foto’s van de onvergetelijke reis te bekijken. En wij intussen maar hun werk doen, want dat kon niet blijven liggen. En denk maar niet dat wij daarvoor van de vakantiegangers een bedankje kregen. Zo zie je maar weer, de meeste mensen zijn alleen in hun eigen hachje geïnteresseerd.”

