Anneke 167

Het was druk in de aankomsthal van het station Nijmegen, veel stappen, veel stemmen en ratelende rolkoffers. Zojuist was de trein uit Arnhem aangekomen. Anneke en Roy waren er ’n keer met z’n drieën wezen shoppen, vond Betty leuk, zo’n treinreisje. Maar het liep al tegen vijven en het was alweer gedaan, het winkelen zat erop, het avondeten wachtte. Meteen nadat ze met de stoet passagiers het station verlieten, loste de groep reizigers zich op en verspreidde zich door de straten. Intussen scheen het zonnetje nog dapper en was de lucht nog strakblauw. Het was mooi weer voor de tijd van het jaar, het uitbundige lentelicht bracht iedereen in verrukking, Anneke kreeg spontaan zin in een hoorntje met roomijs.

“Ben je blij met je nieuwe set Barbiekleertjes?” vroeg Roy, terwijl hij Betty aankeek.

“Ja, hoor!” antwoordde deze, terwijl ze een hupje maakte. “Ik ben er heel blij mee.”

Het vervulde de vader met trots. Klein geluk is groot geluk, dacht hij tevreden.

Intussen klonk vanuit een openstaand raam pianospel. Perfecte muziek bij deze lome dagen.

“Misschien is pianoles ook wel iets voor Betty.” opperde Anneke toen. “Het is tenslotte een instrument waarmee je alle kanten op kunt. Of is ze daar nog te jong voor? Wat denk jij?”

“Laten we eerst maar ‘ns afwachten of ze wel muzikaal is.” vond Roy. “Op school gaan ze op gegeven moment beginnen met de blokfluit, dan zien we gauw genoeg of ze muzikaal is of niet. Houd dat geld voor pianolessen voorlopig nog maar even in de zak.”

Op dat moment slalomde een pokdalige slungel met zijn fiets dwars door de menigte heen.

“Goeie genade!” riep Roy uit, nadat ie op een haar na aan zijn schouder was geraakt.

“Hé, je mag hier helemaal niet fietsen, gast, je rijdt me zowat omver! Kijk ’n beetje uit!”

“Kijk zelf uit, man!” antwoordde de fietser, terwijl ie boos achteromkeek.

“Ach, krijg toch de vogelgriep.” riep Roy ‘m nog na, maar de wielrijder was al uit zicht.

“Zo’n klootzak op de fiets werkt op mijn zenuwen. Je hebt niet over een trottoir tussen de voetgangers door te rijden.” bromde ie. “Als je iemand aanrijdt, kan ie zijn heup wel breken.”

“Let jij eens ’n beetje op je woorden.” zei Anneke met een defensieve ondertoon.

“Straks neemt die kleine die scheldwoorden nog van je over, let toch ‘ns wat beter op!”

Eenmaal aanbeland in het centrum bij het cirkelvormige plein, waar het een komen en gaan was op de zonovergoten terrassen, zochten Anneke en Roy een vrij plekje uit om zich beide te ontfermen over een pizza, terwijl Betty werd getrakteerd op de mini-versie hiervan.

“Laten we er nu maar een compleet dagje uit van maken nu het nog kan en lekker genieten. Volgende week gaat het weer regenen en zitten we weer thuis aan de aardappels met jus.”

Roy had intussen gretig zijn eerste biertje naar binnen gewerkt en al snel kwam er nog een tweede glas op tafel. Gezeten op een strategische plek vergaapte hij zich met smachtende blik aan een stel giechelende, kortgerokte jongedames op hoge hakken. Ze hielden hun handtas als een schild voor zich. Toen Anneke dit zag, nam ze haar maatregelen. Het zijn net kinderen, die mannen, vond ze. Moet je die van mij nu zien, het is gewoonweg bespottelijk.

“Zeg, ben je soms een vlootschouw aan het afnemen?” vroeg ze kribbig. “Denk je soms dat je Brad Pitt bent? Doe je dochter maar liever een servet om, voordat ze zo dadelijk haar sweater onder de tomatensaus smeert. En hang alsjeblieft niet zo de charmeur uit!”

Betty had intussen het cadeaupapier van haar nieuwe set Barbiekleertjes af gefrommeld en bekeek met grote belangstelling de garderobe van haar speelgoedpop. De serveerster van dienst bracht de pizza’s en informeerde in moeizaam horeca-Nederlands of men wellicht nog iets te drinken wilde. Roy wilde nog een biertje, Betty een glas limonade en Anneke niets. “Het personeel spreekt tegenwoordig geeneens Nederlands meer.” zei Roy gelaten. Intussen begon het langzaam te schemeren, Nijmegen maakte zich op voor de avond.

Gerelateerd

Anneke 166

“Terugkijkend op mijn jeugdjaren,” begon oom Johan, “moet ik bekennen dat ik toen in de…

Anneke 165

Het liep tegen het middaguur en iedereen (Anneke, Roy, Betty en Roy’s moeder Ellie) lustte…

Anneke 163

“In ons land zijn we ’n beetje het gevoel voor dienstverlening kwijtgeraakt. De klant is…

Columns van