“Er gaan stemmen op om de actieve dienstplicht weer in te voeren” begon oom Johan, toen hij weer ‘ns bij Anneke en Roy voor ’n koffietje aanschoof . “En dat zou, wat mij betreft, helemaal geen slecht idee zijn.” liet ie erop volgen. “Dan leren die jonge gasten tenminste weer eens aanpakken. En ik weet waarover ik ‘t heb, zelf ben ik ook in dienst geweest begin jaren zeventig en geloof me nu maar, ik heb in die 16 maanden heel wat geleerd. Om te beginnen discipline, elke morgen moest je om zeven uur je nest uit. En al die luie flikkers, die te laat op het ochtendappel verschenen, mochten het eerstvolgende weekend niet naar huis. En kwamen de onderofficieren onverwacht je kamer op om je kledingkast te inspecteren en was het een zooitje, dan kon je ook binnenblijven! En dezelfde sanctie stond ook op niet gepoetste schoenen. Ook dan moest je het weekend op de legerplaats blijven en kreeg je een bezem in de hand gedrukt om de hele zaterdag en zondag het exercitieterrein te vegen. Kijk, dan leer je wel gehoorzamen. Maar die tucht is dan ook cruciaal, want als de pleuris uitbreekt, moet je er staan, dan moet je bevelen opvolgen. En mentaal en fysiek moet je daartoe ook in staat zijn, dus doet men er alles aan om je gevechtsklaar te maken. Naast veel sporten, krijg je, zeker in het begin, een grondige instructie hoe met je persoonlijke wapen om te gaan, dat kan variëren van een precisiegeweer tot een lichte of zware mitrailleur. In alle gevallen moet je het wapen blindelings uit elkaar kunnen halen en in een oogwenk weer in elkaar kunnen zetten. En daar train je zo vaak op, dat het volledig automatisch gaat.” “Interessant.” vond Anneke, terwijl ze de kopjes nog eens vol schonk. “Wie nog speculaas?”
“Ik heb me dat zelf nooit zo gerealiseerd.” nam Roy over. “Maar ik denk dat het voor veel jongeren helemaal niet verkeerd zou zijn om eens een tijd, onder leiding van professionals, aan hun persoonlijke ontwikkeling te werken. Je leert personen uit alle delen van het land kennen en mensen met een migratie achtergrond en daarmee vorm je een team met een gemeenschappelijk doel, in tijden van nood de vrijheid van je land verdedigen. Da’s toch veel mooier dan maar te lopen blowen of pillen te slikken op het zoveelste popfestival. Maar je moet wel goed selecteren om te voorkomen dat een of andere rabiate gek in een menigte met zijn mitrailleur gaat zwaaien.” “Helemaal mee eens!” vond oom Johan. “De pijnlijke realiteit is nu eenmaal dat Poetin op oorlogspad is en dat vraagt om een sterke krijgsmacht. Maar het draait in militaire dienst niet uitsluitend om tucht, er is ook plaats voor ontspanning, ik heb er wat afgelachen! Vooral in het begin, dan werd je nogal ‘ns in de boot genomen. Stond er bijvoorbeeld zo’n sergeant-majoor voor een peloton van zo’n 50 man sterk en dan hield ie voor de rekruten de volgende toespraak: “Mannen, luister! We moeten vandaag een speciale klus klaren en daarvoor zoek ik vrijwilligers met een groot rijbewijs. Voldoe je aan die kwalificatie, stap dan nu naar voren.” Nadat zich prompt een groepje van zo’n 15 man had gemeld, zei de onderofficier: “Meekomen, jullie gaan vandaag alle toiletten op de kazerne schoonmaken! Dan had je die beteuterde gezichten eens moeten zien! Zo hadden ze overal wel een oplossing voor paraat. Wat dacht je bijvoorbeeld van deze: “Mannen, luister. Ik heb vandaag goed en slecht nieuws. Eerst het slechte nieuws. Jullie moeten vandaag de hele dag zand scheppen. En dan nu het goede nieuws: er is zand zat!” Gelach vulde de keuken. “Schitterend.” antwoordde Roy, achterover leunend. “Zeker in deze tijd kan ‘t geen kwaad om onze jongeren wat doorzettingsvermogen bij te brengen, zodat ze niet bij de eerste de beste tegenslag de handdoek in de ring gooien. Je moet elkaar door dik en dun steunen. Zeker bij defensie geldt dat een ketting is zo sterk is als zijn zwakste schakel.” “Dat heb je nou ‘ns mooi gezegd, Roy” vond Anneke. “Dus meld je maar snel aan! Zeg, lusten jullie misschien een worstenbroodje, dan maak ik er effe ’n paar warm.”
© RvV

