Anneke 155

Als Anneke, Roy en Betty terugkeren van een lange wandeling door de bossen van de Westermeerwijk in Berg en Dal, ontmoeten ze, bij het parkeerterrein op het zandpad aan het Klappeijenpad, een bejaarde mevrouw die haar ei kwijt wil, die het drietal ongevraagd een stoomcursus inzake natuurbeleving geeft. De praatgrage dame blijkt verrassend goed bekend te zijn met de plaatselijke omgeving. Met vriendelijke stem vertelt ze dat ze in haar jeugd veel tijd met vriendjes en vriendinnetjes uit Nijmegen-Oost (‘wij woonden op de Kopse Hof’) in deze bossen heeft doorgebracht en daar louter goede herinneringen aan heeft. “We waren altijd druk”, steekt ze van wal. “Met bosbessen of bramen plukken, kastanjes zoeken, verstoppertje spelen, hutten bouwen en boompje klimmen. En jongens, wat hadden we een schik met z’n allen, het was één groot avontuur. Maar ik ben dan ook al op leeftijd en heb ‘t over de tijd dat Nederland nog maar 11 miljoen inwoners telde en het overal nog heerlijk rustig was, zowel op straat als in het buitengebied. En weet je, in het begin ging er nog wel eens een vader of moeder mee naar het bos, maar toen we wat ouder waren, gingen we gewoon alleen met een clubje kinderen. En we hebben nooit iets vervelends meegemaakt, zijn nooit lastig gevallen. En je moet niet vergeten dat je toen nog echt van ongerepte natuur kon spreken. Hazen en konijnen zag je bijvoorbeeld volop en er staken altijd wel een paar reeën het grote wandelpad bij de kuil over. En als we ’n beetje vroeg in de ochtend naar het bos gingen, kon je zomaar een das of een vos tegenkomen of een paar wilde zwijnen. Alles klopte gewoon, alles was met elkaar in harmonie” verzucht ze.   “Intussen zijn veel van die dieren verdwenen, want het is hier langzaam, maar zeker steeds meer een park geworden, ik zou haast zeggen, een sportpark! Komt allemaal door de mens, die eigent zich steeds meer ruimte toe. Kijk, door de week gaat het qua drukte nog wel in de Meerwijk, maar in de weekends zijn de verhoudingen anders, dan moet je rekening houden met grote groepen mountainbikers, die in een hoog tempo (Opzij, opzij!) de bossen doorkruisen. En dan moet je als wandelaar regelmatig de vluchtstrook op. Waar je vervolgens weer moet uitkijken voor allerlei hardloopclubjes, die er ook langs moeten. En begrijp me goed, die sporters moeten hun energie ook kwijt, maar de prijs die we hiervoor met z’n allen betalen is dat de natuur hier steeds meer in het gedrang komt. Wat in zekere zin ook wordt veroorzaakt doordat we in dit land intussen met z’n 18 miljoenen boven op elkaar zitten en allemaal onze eigen plek opeisen” concludeert ze tot besluit, terwijl ze aan haar springerige haar frunnikt en Betty aankijkt.                                                                 

“Mevrouw, zaten hier vroeger ook wolven?” vraagt die vervolgens nieuwsgierig.

“Nee, lieve kind, wolven heb ik hier nooit gezien. Gelukkig maar!” antwoordt de dame.    “Maar roofvogels wel,” gaat ze verder, “zoals bijvoorbeeld de zeldzame havik, onze grootste roofvogel. Die zaten daar vroeger in die hoge Douglassparren (daarbij wijst ze in de richting van het Afrika museum). En weet je dat daar op gegeven moment zelfs raven nestelden? En hebben jullie wel ‘ns raven in de lucht gezien? Is een magnifiek schouwspel. Maar die zijn allemaal weg, het bos is daar veel te druk geworden, de mountainbikeroute loopt er notabene dwars doorheen, wie heeft dat in godsnaam bedacht? Enfin, je begrijpt het al, die beesten houden helemaal niet van lawaai en drukte, die willen geen gedoe, die zoeken rust en beschutting. Je zult in die boomtoppen dan ook geen havik of raaf meer aantreffen.                  Overigens zijn die Douglassparren in de zomer van 1945-onder toezicht van de geallieerden- geplant door Duitse krijgsgevangenen. En dat is precies 80 jaar geleden.

En die bomen staan er nog knap bij. Hebben die Duitsers toch nog wat groots verricht!”

door Rein van Vorstenbos

Gerelateerd

Anneke 160

“Als je hem spreekt, doet ie net alsof ie je al jaren kent,” zei Anneke…

Anneke 159

Gespannen zat een veertiger met een hoornen bril op zijn telefoon te kijken, daarbij van…

Anneke 158

“Begrijp me goed,” begon oom Johan, “ik wil niet de cynische zeurpiet uithangen, maar wij…

Columns van