Grootmoeder Ellie, met Betty op schoot, en oom Johan vierden de zomer in Berg en Dal. In de tuin van Anneke en Roy discussieerde men op gegeven moment gezamenlijk over de teleurstellingen in het leven, zoals de aankoop van een derdehands auto die voor geen meter liep of een nieuw mobieltje dat totaal geen bereik had. Daarbij deed oom Johan een duit in het zakje, waarbij hij het gezelschap deelgenoot maakte van iets dat in zijn kindertijd niet aan de verwachtingen voldeed. Dat zat zo, vertelde hij. In mijn jeugd vierde ik het Sinterklaasfeest ooit een keer bij mij grootvader in Groningen. Nu moet ik er wel even bij zeggen dat we het hier over begin jaren zestig hebben, toen de meeste gezinnen nog niet beschikten over een televisie, waardoor men ’s-avonds de tijd doorbracht met het luisteren naar de radio.
Rondom de feestdagen kregen de inwoners, zoals gebruikelijk, alle mogelijke folders in de bus, opdat men maar zoveel mogelijk zou besteden bij de plaatselijke middenstand. En die kleurrijke folders oefenden een enorme aantrekkingskracht op me uit, vertelde oom Johan. Terwijl het gezelschap ’s-avonds lekker een kopje koffie nam, een sigaretje opstak en op de radio het hoorspel -met het geluid van knerpend grint en piepende deuren- beluisterde, bestudeerde ik, languit over de grond liggend, gefascineerd alle speelgoedfolders. En daarbij sprong er één brochure uit, die van het Speelgoedpaleis. Deze folder sprak zeer tot mijn verbeelding: hier droomde elk kind van, stel je toch eens voor: een echt Speelgoedpaleis! En dat paleis stond hier in Groningen. Daar moest ik het mijne van weten, dit was het langgezochte paradijs op aarde! De naam van de winkel riep bij mij voorstellingen op van een gigantisch gebouw van het formaat paleis Soestdijk, waarin kinderen urenlang konden dwalen tussen de grootste collectie speelgoed van de wereld. Ik nam me dan ook voor er de volgende dag eens een kijkje te nemen. Na een zeer onrustige nacht, stond ik vroeg op en bood ik mijn opa aan brood voor hem te halen. Neem dan ook maar meteen een speculaaspop mee, da’s lekker voor bij de koffie, antwoordde deze, terwijl ie me een boodschappentas aanreikte.
Onderweg naar de bakker, vroeg ik aan een voorbijganger waar de straat was waar het Speelgoedpaleis was gevestigd. Het bleek tien minuten lopen te zijn en nadat ik bij de bakker mijn inkopen had gedaan, spoedde ik me in de aangeven richting. Na enige straten en steegjes te hebben doorkruist, arriveerde in een vrij smalle winkelstraat, waar het paleis zich zou moeten bevinden. Ik barstte intussen van de zenuwen, want het kon nu echt niet ver meer zijn. Mij stond een onvergetelijke ervaring te wachten, ik zou als eerste van mijn vriendjes het Speelgoedpaleis aanschouwen en binnentreden. Nog nahijgend van het lopen, stond ik ineens aan het einde van de winkelstraat oog in oog met het langverwachte speelgoedmagazijn. Hoewel de naam van de zaak suggereerde dat het om een voornaam pand zou gaan van aanzienlijke omvang, waarbij je eigenlijk ook nog een portier verwachtte die voor elk kind de deur zou openen, bleek het om een morsig winkeltje te gaan met een pui van nauwelijks vier meter breed, voorzien van een uitstalkast waarvan de ruit al in geen 3 jaar water had gezien. Maar omdat ik er nu toch eenmaal was, haalde ik diep adem, opende ik voorzichtig de krakende toegangsdeur en betrad ik het pand met de veelzeggende naam.
Het interieur bleek te bestaan een kleine pijpenla met links en rechts tegen de muur wat schappen vol gedateerde, verkleurde puzzels, een aantal poppen en wat plastic kiepwagens. Aan het eind van de winkel stond een oude, vormloze vrouw achter de toonbank, die me vragend aankeek. In één klap werden alle in de fraaie folder gewekte verwachtingen de bodem ingeslagen. Het Speelgoedpaleis bleek zijn naam op geen stukken na waar te maken.
Toen ik mijn teleurstellende ervaring aan mijn opa opbiechtte, legde ie troostend zijn hand op mijn schouder en sprak de woorden: dromen zijn bedrog. Tientallen jaren later zou ene Marco B., zoon van een Italiaanse gastarbeider, daarmee in ons land nog eens een grote hit scoren!
door Rein van Vorstenbos

